Dossier stadsontwikkeling

Kleine stadswinkels van grote bouw- en supermarkten zijn een kans om de leegstand in de binnenstad te verkleinen. Gemeenten moeten de opkomst van deze nieuwe vorm van detailhandel omarmen en de ondernemers faciliteren. Met flexibele bestemmingsplannen en uitnodigende detailhandelsvisies.

Nieuwe concepten

Dat stelt Cees-Jan Pen, lector Vastgoed aan de Fontys Hogescholen. Hij reageert op de ontwikkeling dat in steeds meer branches een trek naar de binnenstad ontstaat. Het gaat om bedrijven die meestal op een meubelboulevard of bedrijventerrein zitten, maar die nieuwe concepten – een kleine stadswinkel – uitproberen in de binnensteden, waar veel leegstand is. De website retailwatching schreef onlangs over bouwmarkten, sportzaken en supermarkten die de overstap maken. Woonwinkels zijn ook kansrijk, denkt Pen, met stadswinkels waarin de nieuwste woontrends worden gepresenteerd.

Overslaan naar Nederland

Pen ziet in het buitenland ook andere voorbeelden, die volgens hem snel naar Nederland kunnen overslaan. Zoals een kleine showroom van luxe-automerken of de Ikea-wijken in Londen en Hamburg. ‘Nieuwe woon- en livingconcepten uitproberen; dat hier ook prima in grote steden die daar ruimte voor hebbeb. Bij designstad Eindhoven zou het prima passen.’ Voor de doe-het-zelfzaak die een kleine stadswinkel wil beginnen, ziet Pen nog wel meer mogelijkheden. Het aanbieden van kluscursussen bijvoorbeeld, of kinderklusactiviteiten terwijl ouders boodschappen doen.

Doodsteek voor binnenstad

De perifere winkels naar de binnenstad halen is beter dan de omgekeerde trend die hij op veel plaatsen ziet: gemeenten die gewone detailhandel toestaan op meubelboulevards en bedrijventerreinen, om er meer publiek naar te lokken. ‘Dat is de doodsteek voor de binnenstad’, zegt Pen. Volgens hem moeten tientallen meubelboulevards verdwijnen. ‘Er zijn er gewoon te veel. Gemeenten proberen de boel overeind te houden door toe te staan dat er allerlei detailhandel komt. Het is wachten op de eerste bouwmarkt die levensmiddelen verkoopt.’

Flexibeler bestemmingsplan

Bijna alle gemeenten zeggen op papier dat ze de binnenstad willen redden, zegt Pen. ‘Dan moeten ze dat ook doen en niet de meubelboulevards reanimeren. Leegstand in de binnenstad is veel erger, dat beïnvloedt het voorzieningenniveau, het vestigingsklimaat en natuurlijk de sfeer in de stad. Zaken als Xenos en Action horen gewoon in de winkelstraat. Dan moet je maar wat flexibeler zijn in het bestemmingsplan, de bereikbaarheid verbeteren of panden samenvoegen. Binnen de regelgeving is veel meer mogelijk dan gemeenten vaak denken.’

Omgevingsplan komt van pas

Pen hoopt dat gemeenten dit soort kansen grijpen. De komst van het omgevingsplan als opvolger van het bestemmingsplan kan daarbij van pas komen. Pen deed eerder als programmamanager bij Platform31 onderzoek naar de binnenstadsplannen en detailhandelsvisies van de G32. Die blijken nogal te botsen. Waar gemeenten met hun visies op de binnenstad creatief en ruimdenkend zijn, hangen hun detailhandelsvisies aan elkaar van geboden en verboden, uiterst conserverend en behoudend, aldus Pen. Helaas werkt dat door in de bestemmingsplannen en dus in de antwoorden die ondernemers krijgen wanneer ze horeca in een boekwinkel willen inpassen, of een mini-bouwmarkt in het stadshart.

 

Bezuinigd op contact met ondernemers

Waarmee gemeenten ook nog een slag kunnen slaan, is accountmanagement, zegt Pen: het actief opzoeken en begeleiden van ondernemers met plannen voor de binnenstad. ‘Helaas is op de bedrijvencontactfunctionaris in veel gemeenten bezuinigd de laatste jaren. Onbegrijpelijk eigenlijk, als je ziet hoeveel gemeenten investeren in contact met de burger, dat het contact met ondernemers zo achterblijft.’