Virtualisme

Harry van Boven en Ed Fennema

Het moment dat het voor ons duidelijk werd dat het allemaal anders zou kunnen, was toen we elkaar voor de tweede keer ‘voor het eerst’ ontmoetten, in februari 2012. De echte eerste keer was meer dan drie decennia geleden. In die tijd waren we de trotse oprichters van de Rotterdamse rockband HEAR!. Na een tournee in 1982 stopte de band en gingen we ieder onze eigen weg.

Als we na dertig jaar weer tegenover elkaar zitten, halen we eerst mooie herinneringen aan toen op, maar nog voor het dessert gaat het gesprek al over ons werk van vandaag. Eén van ons heeft zich ontwikkeld tot internationaal gamearchitect, de ander tot overheids- en crisismanager. Hoewel deze werelden op het eerste gezicht ver uit elkaar liggen, ontstaat er een geweldig gesprek over ons analoge verleden, de digitale mogelijkheden van vandaag en de snelle nadering van een virtualistisch tijdperk waarin technologie niet alleen meer zal bestaan als hulpinstrument, maar ook als katalysator van verandering in denkconstructies. Op de papieren servetten van het restaurant tekenen we de essentiële verandering van morgen: transrealiteit. Dit vormt het begin van twee jaar onderzoek, dat in 2014 resulteert in de publicatie van ons boek.

Transrealiteit

Als referentiejaar voor ons onderzoek kozen we 1964, het jaar waarin de grootste globe op aarde, de Unisphere in New York, verbeeldde dat de aarde te klein was geworden voor de mens. Een zoektocht naar nieuwe ruimte, buiten onze atmosfeer, leek in die tijd noodzakelijk. In plaats van naar de sterren aan de hemel had men toen ook naar de zandkorrels op de grond kunnen kijken, want in datzelfde jaar werd de eerste microchip vervaardigd op basis van silicium: het op één na meest voorkomende element in onze aardkorst. Het is de elektronische schakeling op dat minuscule beetje zand die de mensheid een oneindige hoeveelheid nieuwe ruimte heeft geboden. Naast de fysieke werkelijkheid ontstond cyberspace, die het de mens mogelijk maakt een keur aan virtuele werkelijkheden op te zoeken en waartussen eindeloos kan worden geschakeld: transrealiteit. Het maakt levens steeds unieker, omdat elk individu intussen zijn of haar eigen ‘realitymix’ creëert. Het traditionele ‘top down’-denken in grote, beheersbare en oppervlakkig gedefinieerde doelgroepen begint daarmee langzaam te vervagen en wordt vervangen door de paradox van ‘collective self governance’. In Nederland is er inmiddels een stroming op gang gekomen die deze vorm van gezamenlijke en natuurlijke sturing als basis ziet voor een ‘verandering van tijdperk’. Deze beweging wordt gedragen door burgers en gefaciliteerd door de overheid.

Homo Ludens

De overgang naar dit nieuwe tijdperk verplaatst mens en samenleving steeds meer naar virtuele contexten, waarmee de 3D- en game-industrie al veel ervaring mee opdoen. Het is heel bijzonder dat Johan Huizinga in zijn beroemde werk Homo Ludens (1938) een beschrijving geeft van de samenleving die gestuurd wordt door ‘game mechanics’. Huizinga kon dit fenomeen niet helemaal verklaren (dat geeft hij zelf aan), maar eigenlijk beschrijft hij als eerste de principes en technieken die achter de moderne games zitten – meer dan veertig jaar voordat Pacman in beeld zou komen. Zo toont Huizinga het universele karakter van spel als sturend mechanisme aan en laat hij zien welke essentiële en krachtige rol dit heeft in de samenleving. Het belang hiervan is dat waar mensen steeds meer in een mix van virtuele en fysieke contexten leven juist deze technieken kunnen bijdragen aan het creëren van een (betere) werkelijkheid en (ver)binding tussen enerzijds technologie, zintuigen en hersenen en anderzijds gevoel, gedrag en samenleven. Vaak blijft dit enorme en positieve potentieel van spelen in virtuele contexten onderbelicht en zelfs de game-industrie en haar experts blijven vaak hangen in gewoontes van platformen en losse ‘serious gaming’-modules, terwijl juist zij een belangrijke sleutel in handen hebben om kantelconcepten echt handen en voeten te geven. Wat dat betreft kan de traditionele game-wereld zelf ook wel wat kanteling gebruiken.

Natuurlijke metagame

In ons boek @Hearts @Minds #Transreality (2014) wilden we het niet bij deze constatering laten. Want de kantelwereld (de beweging die zich bezighoudt met het kantelen) in Nederland laat na het uitspreken van het credo ‘van onderaf en vooral geen blauwdrukken’ nog veel vragen open. Daarom hebben we geprobeerd concreter te worden door te beschrijven hoe een virtuele game als dynamische, doorlopende realiteit aan het echte spel van het leven kan worden gekoppeld.

Zo’n ‘natuurlijke metagame’ bestaat uit dagelijkse interacties gedurende langere tijd tussen ‘characters’, situaties, afhankelijkheden, kennis en beslissingen in een gemengde omgeving van enerzijds virtuele mogelijkheden en anderzijds echte, realtime data, afkomstig van het Internet of Things. Spelers in zo’n constructie van de werkelijkheid schakelen (‘loopen’) voortdurend met elkaar tussen virtuele en fysieke realiteiten. Daarbinnen moeten ze eigen doelen halen en samenwerken aan gemeenschappelijke doelen, terwijl ze intussen verschillende beelden, subdoelen, processen en richtingen nastreven. Het gaat om een speelbare versie van een niet-gamesetting op grote schaal, inclusief alle relevante issues en stakeholders, gebruikmakend van 63 principes die zijn ontleend aan de meest moderne, virtuele, multi-player game-omgevingen. In het boek beschrijven we daarvan acht cases, bijvoorbeeld op terreinen als burgerschap in de eenentwintigste eeuw, onderwijs als gametraject, voorspelling van veiligheid en ontrafeling van complexe beleidssystemen.

Nieuwe fase

Dankzij het onderzoek en het boek kwamen we in gesprek met bedrijven, organisaties en overheden in binnen- en buitenland. De bijbehorende adviezen gaan vooral over strategie. Onze stelling is namelijk dat organisaties die niet nadenken over het inzetten en toepassen van transrealiteit het in de toekomst niet gaan redden. Het mooie is dat al die gesprekken en adviezen weer leiden tot verdergaande inzichten, waarvoor we open blijven staan. Het boek was een tussenstap, het denken gaat door.